harmonie
Wat is de betekenis van harmonie?
harmonie betekent: samenwerking of verband van een aantal zaken tot een welgeordend en aangenaam aandoend geheel
Betekenis
- samenwerking of verband van een aantal zaken tot een welgeordend en aangenaam aandoend geheel
- (muziek) aangenaam klinkende vereniging van tonen
- de gezamenlijke blaas- en slaginstrumenten in een orkest
- harmonieorkest
Betekenis en uitleg van harmonie
Harmonie verwijst naar een staat van evenwicht en samenhang, waarin verschillende elementen elkaar aanvullen en versterken. Het gaat om het creëren van een gevoel van verbondenheid, zowel in muziek als in relaties en gemeenschappen.
Het woord 'harmonie' wordt vaak gebruikt in muzikale context, waar het verwijst naar het gelijktijdig klinken van verschillende tonen die samen een aangenaam geheel vormen. Daarnaast kan het ook slaan op sociale situaties, waarin mensen in een groep goed met elkaar omgaan en elkaar respecteren. Harmonie is dus niet alleen een muzikale term, maar ook een breed toepasbaar concept in ons dagelijks leven.
Voorbeelden
- De harmonie tussen de verschillende instrumenten in het orkest zorgde voor een adembenemend optreden.
- In een goed functionerend team heerst er harmonie, waardoor iedereen zich gewaardeerd voelt en productief kan samenwerken.
- Na een lange discussie bereikten ze eindelijk harmonie over de aanpak van het project.
Woordoorsprong
Het woord 'harmonie' is afgeleid van het Griekse 'harmonia', wat 'verbinding' of 'samenvoeging' betekent. Het suggereert een samengaan van verschillende onderdelen tot een geheel.
Veelgestelde vragen over harmonie
Wat is de betekenis van harmonie?
harmonie betekent: samenwerking of verband van een aantal zaken tot een welgeordend en aangenaam aandoend geheel
Hoeveel betekenissen heeft harmonie?
harmonie heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft harmonie?
harmonie is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van harmonie?
Synoniemen van harmonie zijn: eendracht, samenklank.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eendracht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330