heimat
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- land waar men geboren is; gebied waar men is opgegroeidDe villa die op het terrein van Het Bouwhuis in Lonneker ligt, was aanvankelijk gevorderd door Duitse militairen. Nadat die eind maart 1945 de benen namen richting de Heimat, trokken de Britse bevrijders er in. Tubantia Gerben Kuitert 29 aug. 2017 [https://www.tubantia.nl/enschede/zoon-van-schotse-bevrijder-volgt-spoor-van-vader-in-twente~a895b924/ Zoon van Schotse bevrijder volgt spoor van vader in Twente]Om de klanten het gevoel te geven dat Picnic iets van dichtbij is, is ook uitdrukkelijk gezocht naar lokale producten. Iets wat Duitse consumenten, die een almaar grotere zucht naar hun Heimat lijken te krijgen, bijzonder op prijs stellen. Tubantia Chris van Mersbergen 12-04-18 [https://www.tubantia.nl/economie/picnic-gaat-de-grens-over-maar-kan-groei-bij-ons-niet-bijbenen~a19391ad/ Picnic gaat de grens over, maar kan groei bij ons niet bijbenen]Niet de Spaanse zon als winterste trip dus, maar de heimat. Barsinghausen, op drie kwartier van Hannover, in plaats van Estepona of Benahavis. Het was een bewuste keus. Trainer Frank Wormuth wilde zijn spelers graag twee volle weken kerstvakantie geven. Daarna nog een trainingskamp naar een warm oord, zou te veel trainingen kosten. Tubantia Fardau Wagenaar 14-01-19 [https://www.tubantia.nl/heracles/in-het-spelershotel-van-de-mannschaft~a123e7cd/ In het spelershotel van de Mannschaft]
Etymologie
* uit het Duits
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek