heipaal
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bouwkunde) funderingspaal die diep de grond in geboord of geslagen wordt om een stevig fundament te zijn voor de bouwwerken die men er bovenop wil makenOperatie Braakhoek hield in: een provisorisch hek direct achter het perceel, een vrachtwagen vol zand, een stuk of wat betonnen platen, een groot aannemersbord waarop stond WOONTOREN DE STERRENBERG, GEREED MEDIO 2015, en verborgen concertboxen met subwoofer en heipaalgeluiden uit de New-Age er Mindfulness-selectie van iTunes. En inderdaad, nadat Grim op de beveiligingscamera's waar de Rijksweg het dorp binnenliep de wagens had zien naderen en het signaal had gegeven, eiste het bonken alle aandacht op. Samen met het geluid van de klopboor waarmee tegelzetter Henk Sebes lukraak gaten in de betonplaten boorde, had het wel iets weg van het bouwen van onzichtbare luchtschepen.{{Aut|Olde Heuvelt, Thomas
Vertalingen
Engelsdriven pile
Spaanspilote
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek