Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
heir
onzijdig (het)/her/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verouderd) groep weerbare mannen die een strijdmacht vormenWant als de wateren wederkeerden, zo bedekten zij de wagenen en de ruiters van het ganse heir van Farao, dat hen nagevolgd was in de zee; er bleef niet een van hen over.
- bewust bijeengebrachte groep mensen, dieren of wagensToen vreesde Jakob zeer, en hem was bange; en hij verdeelde het volk, dat met hem was, en de schapen, en de runderen, en de kemels, in twee heiren;Want hij zeide: Indien Ezau op het ene heir komt, en slaat het, zo zal het overgeblevene heir ontkomen.
Etymologie
*archaΓ―sche schrijfwijze voor "heer" in de betekenis "leger", zoals die gebruikt is in de Statenvertaling van de
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek