hifi
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈhɑjfɑj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (initiaalwoord) (afkorting) hifi-installatie
- de geluidsklanken natuurgetrouw weergevend
Etymologie
* initiaalwoord van het Engelse high fidelity (grote getrouwheid)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek