Hindoe

mannelijk (de)/ˈhɪndu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) aanhanger van het hindoeïsme, de overheersende inheemse religieuze traditie van het Indische subcontinent
    Meer dan 90 procent van de islamieten en hindoes heeft een niet-westerse herkomst. Dit betekent echter niet dat de overgrote meerderheid van de niet-westerse allochtonen islamiet of hindoe is. Zo’n 54 procent van de niet-westerse allochtonen in Nederland is islamiet en zo’n 6 procent hindoe.

Etymologie

*van "هندو" [hindū] ""hindoe", Indiër", dat via "hndwk'" [hindūg] "Indiër" en "hnd" [hind] "India" via 𐏃𐎡𐎯𐎢 [hindu-] "India" en "सिन्धु" [síndhu] "rivier, Indus" teruggaat op Proto-Indisch *síndʰuṣ en Proto-Indo-Iraans *sindʰuš "river"; als benaming voor iemand met een bepaalde religieuze overtuiging mogelijk een terugvorming uit hindoeïsme