hinkelen
Wat is de betekenis van hinkelen?
hinkelen betekent: (inerg) hinken, op één been voortgaan
Betekenis
- (inerg) hinken, op één been voortgaan
- (inerg) het hinkelen beoefenen
- kinderspel, waarbij men zich volgens bepaalde regels deels op één been springend verplaatst tussen een aantal vakken die op de grond zijn aangegeven
Voorbeelden van "hinkelen" in een zin
- Hij hinkelde naar een bankje om het steentje uit zijn schoen te halen.
- Op het schoolplein hinkelden enkele meisjes.
Betekenis en uitleg van hinkelen
Hinkelen is een speelse manier van voortbewegen waarbij je op één been springt en afwisselend het andere been omhoog trekt. Het is een activiteit die vaak geassocieerd wordt met kinderen, maar ook volwassenen kunnen het als oefening of spel gebruiken.
Het woord wordt vaak gebruikt in de context van kinderspelletjes, zoals hink-stap-spring of als een manier om de motoriek en balans te verbeteren. Hinkelen kan ook een metafoor zijn voor twijfelen of afwachten, bijvoorbeeld als iemand 'hinkelt tussen twee keuzes'. Het heeft een speelse en ongedwongen connotatie.
Voorbeelden
- De kinderen stonden in een rij en wachtten hun beurt af om te hinkelen over de stoeptegels.
- Tijdens de gymles moesten we hinkelen om onze balans te trainen, wat ook nog eens leuk was.
- Ze hinkelde vrolijk naar de andere kant van de straat, genietend van het zonnetje.
Woordoorsprong
Het woord 'hinkelen' is afgeleid van het Nederlandse woord 'hink', dat verwijst naar het bewegen op één been, en het achtervoegsel '-elen', wat een indicatie van een activiteit of handeling kan zijn.
Veelgestelde vragen over hinkelen
Wat is de betekenis van hinkelen?
hinkelen betekent: (inerg) hinken, op één been voortgaan
Hoeveel betekenissen heeft hinkelen?
hinkelen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft hinkelen?
hinkelen is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je hinkelen in een zin?
Voorbeeld: “Hij hinkelde naar een bankje om het steentje uit zijn schoen te halen.”
Etymologie
*(freqtt) hinken , in de betekenis van ‘op één been voortspringen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599