hinkelen

onzijdig (het)/ˈhɪŋkələ(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) hinken, op één been voortgaan
    Hij hinkelde naar een bankje om het steentje uit zijn schoen te halen.
  2. inerg (inerg) het hinkelen beoefenen
    Op het schoolplein hinkelden enkele meisjes.
zelfstandig naamwoord
  1. kinderspel, waarbij men zich volgens bepaalde regels deels op één been springend verplaatst tussen een aantal vakken die op de grond zijn aangegeven

Etymologie

*(freqtt) hinken , in de betekenis van ‘op één been voortspringen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599

Vertalingen

Engelshopscotch
Fransjouer à la marelle, marelle
Duitshickelkasten, Himmel und Hölle, Hüpfspiel
Spaansrayuela
Italiaanscampana
Portugeesamarelinha
Russischклассики
Chinees跳房子
Japans石蹴り
Koreaans사방치기
Arabischمربعات (لعبة)
Turksseksek
Zweedshoppa hage
Deenshinkerude