hinkelen
onzijdig (het)/ˈhɪŋkələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) hinken, op één been voortgaanHij hinkelde naar een bankje om het steentje uit zijn schoen te halen.
- (inerg) het hinkelen beoefenenOp het schoolplein hinkelden enkele meisjes.
zelfstandig naamwoord
- kinderspel, waarbij men zich volgens bepaalde regels deels op één been springend verplaatst tussen een aantal vakken die op de grond zijn aangegeven
Etymologie
*(freqtt) hinken , in de betekenis van ‘op één been voortspringen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599
Vertalingen
Engelshopscotch
Fransjouer à la marelle, marelle
Duitshickelkasten, Himmel und Hölle, Hüpfspiel
Spaansrayuela
Italiaanscampana
Portugeesamarelinha
Russischклассики
Chinees跳房子
Japans石蹴り
Koreaans사방치기
Arabischمربعات (لعبة)
Turksseksek
Zweedshoppa hage
Deenshinkerude
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek