Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
hockeyblessure
vrouwelijk (de)/ˈhɔkiblɛˌsyrə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een verwonding die men door hockeyen heeft gekregenIn wedstrijd- en groepsverband met een houten stok zo hard mogelijk tegen een keiharde bal slaan: het is een wonder dat er niet meer hockeyblessures zijn.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek