hoerenwaard

mannelijk (de)/ˈhurə(n)ˌwart/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die prostituees voor zich laat werken
    Die som wordt overigens meteen aan de hoerenwaard of, in heel veel gevallen, aan de madam uitgekeerd.

Etymologie

*van "hoerenwert", op te vatten als