hossen

/ˈhɔsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) als groep springen en dansen, doorgaans op stampende feestmuziek
    Wij zijn dol op de bossen. Daar kunnen we hossen, daar kunnen we klossen.

Etymologie

*vermoedelijk ontstaan uit "hotsen", in de betekenis van ‘elkaar arm in arm vasthoudend dansen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1897