hoteleigenaar
mannelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van hoteleigenaar?
hoteleigenaar betekent: (beroep)(toerisme) de bezitter van een overnachtingsplaats voor toeristen
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep)(toerisme) de bezitter van een overnachtingsplaats voor toeristen
Voorbeelden van "hoteleigenaar" in een zin
- De hoteleigenaar vond het fijn om goed voor zijn gasten te zorgen.
Veelgestelde vragen over hoteleigenaar
Wat is de betekenis van hoteleigenaar?
hoteleigenaar betekent: (beroep)(toerisme) de bezitter van een overnachtingsplaats voor toeristen
Welk woordgeslacht heeft hoteleigenaar?
hoteleigenaar is een mannelijk (de).
Wat zijn synoniemen van hoteleigenaar?
Synoniemen van hoteleigenaar zijn: hotelexploitant.
Hoe gebruik je hoteleigenaar in een zin?
Voorbeeld: “De hoteleigenaar vond het fijn om goed voor zijn gasten te zorgen.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek