hotemetoot

mannelijk (de)/ˈhotəməˌtot/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer belangrijk persoon

Etymologie

*herkomst onzeker, al vanaf 1871 aangetroffen in de betekenis "baas, spil om wie alles schijnt te draaien" in Noord-Holland, met een vergelijkbare vorm "otepatoter" in Zeeland, wat minder waarschijnlijk maakt dat het gaat om een ontlening aan het "旗本" (hatamoto) "hoge functionaris in dienst van de operbevelhebber"