Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
huidvlieger
mannelijk (de)/ˈhœytfliɣər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) benaming voor dieren uit de taxonomische groep (orde) , die alleen nog voorkomen in de regenwouden van Zuidoost-AziëDe eerste halfapen en apen zijn waarschijnlijk in Azië ontstaan, niet in Afrika. Dat concluderen biologen uit de verwantschap van apen met de in Azië levende huidvlieger (een verre verwant van de aap) en het spookdiertje (een aapje).
Etymologie
*samenstellend afgeleid van "huid" en "vliegen" als leenvertaling van Latijn "Dermoptera" dat is gevormd uit "δέρμα" (dérma) "huid" en "πτερᾰ́" (pterá) "vleugels" en verwijst naar het vel tussen nek, poten, vingers en staart waarmee deze dieren zweefvluchten maken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek