hunner

/ˈhʏnər/

Betekenis

voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd), van derde persoon meervoud van zij
    Hij liet één hunner het woord voeren.
voornaamwoord
  1. verouderd (verouderd), enkelvoud vrouwelijk van derde persoon meervoud: hun
    Dit is het gevolg hunner vernedering.
  2. verouderd (verouderd), meervoud van derde persoon meervoud: hun
    Dit is het land hunner vaderen.