huppen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) met beide benen of achterpoten tegelijk opspringend zich gericht verplaatsenDe kangoeroe hupte door het bos.
- (inerg) met beide benen of achterpoten tegelijk opspringend zich verplaatsenEr werd vrolijk wat gehupt door de jonge kangoeroemuizen.
Etymologie
*van het Middelnederlands "huppen"
Vertalingen
Engelshop
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek