huppen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) met beide benen of achterpoten tegelijk opspringend zich gericht verplaatsen
    De kangoeroe hupte door het bos.
  2. inerg (inerg) met beide benen of achterpoten tegelijk opspringend zich verplaatsen
    Er werd vrolijk wat gehupt door de jonge kangoeroemuizen.

Etymologie

*van het Middelnederlands "huppen"

Vertalingen

Engelshop