hups

Wat is de betekenis van hups?

hups betekent: opgewekt, blijmoedig

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. opgewekt, blijmoedig
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hupsen
  2. gebiedende wijs van hupsen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hupsen

Voorbeelden van "hups" in een zin

  • Ik hups.
  • Hups!
  • Hups je?

Etymologie

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘aardig’ voor het eerst aangetroffen in 1477