hups
Wat is de betekenis van hups?
hups betekent: opgewekt, blijmoedig
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- opgewekt, blijmoedig
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hupsen
- gebiedende wijs van hupsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hupsen
Voorbeelden van "hups" in een zin
- Ik hups.
- Hups!
- Hups je?
Etymologie
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘aardig’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek