huurling
mannelijk (de)/'ɦyr.lɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) iemand die tegen betaling krijgsdienst verricht in vreemde dienstDe huurlingen sloegen aan het muiten toen hun soldij niet op tijd betaald werd.Volgens de overlevering vluchtten meisjes uit Plancher-Les-Mines gedurende de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) de bossen in om te ontkomen aan bloeddorstige huurlingen in dienst van de Zweedse bezetter.
Etymologie
* van huren .
Vertalingen
Engelsmercenary
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek