hybride

mannelijk/vrouwelijk (de)/hiˈbridə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. entiteit met twee of meer heel verschillende eigenschappen
    Er woedt allang een hybride oorlog, met desinformatie en sabotage om democratieën te ontwrichten. Extreemrechtse politici worden omgekocht, bedrijven opgelicht, datingsites geïnfiltreerd door Russische spionnen. [https://www.nrc.nl/nieuws/2024/03/01/sebastian-kurz-en-zijn-schimmige-russen-a4191836 www.nrc.nl (1 mrt 2024)]
  2. levend wezen waarvan de ouders geen soortgenoten van elkaar zijn
    Een muilezel is een hybride van een ezel en en paard
  3. een auto met zowel een benzinemotor als een elektromotor voor de aandrijving
    De Toyota Prius was een van de eerste hybrides.

Etymologie

*van "hybride" of direct van Neolatijn "hybrida"