ict

vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van ict?

ict betekent: (informatica), (initiaalwoord), (afkorting) de technologie die zich richt op het digitaal exploiteren van gegevens

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica, initiaalwoord, afkorting (informatica), (initiaalwoord), (afkorting) de technologie die zich richt op het digitaal exploiteren van gegevens

Voorbeelden van "ict" in een zin

  • Hij heeft een baan in de ICT.
  • De nieuwjaarsborrel, het moment om al je collega’s een mooi 2019 te wensen. Daar sta je dan, met het hele kantoor in de bedrijfskantine gepropt. Allemaal bekende gezichten, maar hoe ze heten? De naam van die man van ICT? Geen idee, ook al helpt hij je elke maand met je haperende computer. Die vrouw van sales… dat is Marianne. Nee, Mirjam. Of toch Manon? Tubantia Priscilla van Agteren 10-01-19 [https://www.tubantia.nl/tubantia-werkt/bang-om-namen-van-collega-s-te-verwarren-bij-de-nieuwjaarsborrel-zo-onthoud-je-ze-wel~a0af49aa/ Bang om namen van collega's te verwarren bij de nieuwjaarsborrel? Zo onthoud je ze wel]

Veelgestelde vragen over ict

Wat is de betekenis van ict?

ict betekent: (informatica), (initiaalwoord), (afkorting) de technologie die zich richt op het digitaal exploiteren van gegevens

Welk woordgeslacht heeft ict?

ict is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van ict?

Synoniemen van ict zijn: IT.

Hoe gebruik je ict in een zin?

Voorbeeld: “Hij heeft een baan in de ICT.

Etymologie

*De afkorting van informatie- en communicatietechnologie