ideaal
onzijdig (het)/ideˈjal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat men zich voorstelt als het hoogste en dat men wil verwezenlijkenHij kreeg de kans om zijn ideaal te verwezenlijken.De Nationale 7 past in dit ideaal van slow driving. Je rijdt door plaatsen die je alleen kent van de borden boven de snelweg. Nevers, Lyon, Valence, Montélimar. Zo vind je jezelf terug op een warme zomeravond op een pleintje in de oude stad van Montélimar, bij restaurant Aux Gourmands, waar de ober vertelt dat de pistachenoten bij de tarte tatin afkomstig zijn van een lokale producent die maar twee bomen heeft.Dit ideaal leidde soms tot hernieuwde aandacht voor traditionele sporten en volksvermaken, die werden geïnventariseerd en daarna genormaliseerd of gereguleerd, om vervolgens opgenomen te worden in een programma voor de nationale fysieke heropvoeding.
Etymologie
*afgeleid van idee
Vertalingen
Engelsideal, ideal
Spaansideal, ideal, idóneo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek