idee

/iˈde/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (n); gedachte, plan
    Het zien van de film bracht hem op een nieuw idee.
    Het idee om een lange tijd alleen door te brengen trok mij enorm aan, maar vond ik tegelijkertijd doodeng omdat ik geen ervaring had met langdurig alleen zijn.
    De creativiteit van mijn jeugd kwam weer naar boven. Ik schilderde elke dag en schreef uitgebreide verhalen. Alle ontmoetingen en gesprekken hadden me geïnspireerd en ik zat vol nieuwe ideeën.
  2. filosofie (f); (filosofie) een verondersteld basisbeeld

Etymologie

*Via het Latijnse idea van het Oudgriekse ἰδέα, wat weer is afgeleid van εἴδω "ik zie". De stam is dezelfde als bijv. in weten en het Latijnse videre.

Vertalingen

Engelsidea, opinion
Fransidée
DuitsIdee, Gedanke
Spaansidea, concepto
Italiaansidea, nozione
Portugeesidéia
Poolsidea, pomysł
Zweedsidé, tanke
Deensidé, begreb