ijkmerk

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. teken dat een meetinstrument door een officiële instantie geijkt is
  2. teken van echtheid
    En zoals zijn 17de-eeuwse voorganger een curiosum onder de zelfportretten. Men ziet er allereerst zijn manier van schilderen, zowel veelkleurig als zwart-wit, zowel met de spiegel als met het lege, witte vierkant als focus en ijkmerk. Fernand Bonneure (1999)– [tijdschrift] Vlaanderen [https://www.dbnl.org/tekst/_vla016199901_01/_vla016199901_01_0059.php Over het portret, vooral het zelfportret, in de hedendaagse schilderkunst]

Vertalingen

Engelsmeasurement plate, seal, gauge