ijs
Wat is de betekenis van ijs?
ijs betekent: (natuurkunde) de vaste vorm van water, bevroren water
Betekenis
- (natuurkunde) de vaste vorm van water, bevroren water
- (voeding) een lekkernij, meestal op basis van zuivel, die in bevroren toestand wordt gegeten
Voorbeelden van "ijs" in een zin
- Water wordt op 0° Celsius ijs.
- Het ijs is nog niet dik genoeg om op te staan.
- Het was een ijskoude nacht en ik werd meerdere malen bibberend wakker. Verbaasd zag ik de volgende ochtend dat er een dun laagje ijs op mijn tent lag.
- IJs is een geliefd verfrissingsmiddel tijdens warme zomers.
- Ik heb haar niet uitgemaakt voor racist! Straks gaat ze ook nog Israël, het Palestijnse conflict en Ben en Jerry's ijs erbij halen.
Betekenis en uitleg van ijs
IJs is bevroren water dat vaak in de vorm van schots of vlokken voorkomt. Het kan zowel natuurlijk ontstaan, zoals in de winter op meren, als kunstmatig, bijvoorbeeld in de vriezer of als een populaire traktatie in de vorm van ijsjes.
Het woord 'ijs' wordt veel gebruikt in de context van koude dranken en desserts, zoals bij het bestellen van een ijsje op een warme dag. Het kan ook verwijzen naar de ijslaag die zich vormt op water in de winter, wat zowel schoonheid als gevaar met zich meebrengt. Daarnaast speelt ijs een belangrijke rol in verschillende sportdisciplines zoals schaatsen en hockey.
Voorbeelden
- Tijdens de hitte van de zomer trakteerde ik mezelf op een verfrissend ijsje.
- De kinderen gingen schaatsen op het bevroren ijs van de vijver.
- Op het terras zat ik met een glas koude limonade en een paar blokjes ijs.
Woordoorsprong
Het woord 'ijs' is afgeleid van het Oudnederlands 'īs', dat verwant is aan het Germaanse 'isaz', wat ook 'ijs' betekent.
Veelgestelde vragen over ijs
Wat is de betekenis van ijs?
ijs betekent: (natuurkunde) de vaste vorm van water, bevroren water
Hoeveel betekenissen heeft ijs?
ijs heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft ijs?
ijs is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je ijs in een zin?
Voorbeeld: “Water wordt op 0° Celsius ijs.”
Etymologie
* In de betekenis van ‘bevroren water of room als lekkernij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1793
Uitdrukkingen
- IJs en weder dienende — als de (weers)omstandigheden meewerken [https://onzetaal.nl/taaladvies/ijs-eis-en-weder-dienende onzetaal.nl]
- Als het water zakt, dan kraakt het ijs. — een logisch gevolg; humoristisch gebruikt voor het laten van een wind tijdens het plassen
- Beslagen ten ijs komen — goed voorbereid zijn en zeker zijn
- Het ijs is gebroken — na een kil begin is men vriendelijk tegen elkaar
- Met Sint Juttemis als de kalveren op het ijs dansen — Nooit! (Sint Juttemis valt op 17 augustus, en dan ligt er geen ijs)
- Niet over één nacht(s) ijs gaan/men gaat niet over ijs van één nacht — Een voorzichtige aanpak hanteren. Niet overhaast handelen.
- Onbeslagen ten ijs komen — niet voorbereid zijn
- Zich op glad ijs wagen/begeven — ergens over gaan praten waar die weinig van af weet