ijscrème

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɛiskrɛːm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. roomijs
    Vooral op het toetje had de fruitbomenteler zich enorm verheugd. Toen dat eenmaal ter tafel kwam, lepelde hij in een ommezien een grand dessert weg dat bestond uit parfait van frambozen, zwarte bessen en passievruchten, Hollandse aardbeiden verscholen in amandelbiscuit en afgetopt met meringue met daarbij een coulis van aardbeien, en een crêpe gevuld met ananas-ijscrème vergezeld van geconfijte ananas en pinacolada-saus. Tot het laatste likje ginq alles op. NRC Florine Boucher 14 juni 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/06/14/kersenpap-10448366-a328022 KERSENPAP]
    Mijn pièce de resistance was het dessert: profiteroles. Kleine soezen, zelf gevuld met ijscrème, bespoten met een toef slagroom (niet te veel suiker!), en overgoten met zelfgemaakte chocoladesaus. (Het geheim? Niet aanlengen met melk, maar met koffie.) NRC Tom Lanoye 29 maart 2008 [https://www.nrc.nl/nieuws/2008/03/29/omtrent-hugo-11512133-a463845 Omtrent Hugo]