ijsgroei

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het dikker worden van een ijslaag bij temperaturen die lager dan het vriespunt zijn
    De bewolking in de nacht van zondag op maandag zorgde voor te weinig ijsgroei en lichte sneeuwval nekte Haaksbergen, zegt hij, 'terwijl Noordlaren de extra millimeters wel kon maken'. Tubantia 14 jan. 2013 [https://www.tubantia.nl/sport/marathon-op-natuurijs-in-noordlaren~acf4794d/ Marathon op natuurijs in Noordlaren]
    Vrijwilligers van de IJsclub Losser zijn dinsdag de hele dag in de weer om de ijsbaan van sneeuw te ontdoen. Door de sneeuw is de ijsgroei te minimaal om te kunnen schaatsen. Tubantia 15-01-13 [https://www.tubantia.nl/losser/race-tegen-de-klok-en-gevecht-tegen-de-sneeuw~a27d53a9/ Race tegen de klok en gevecht tegen de sneeuw]