Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

ijshockeyuitrusting

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. alle materialen die een ijshockeyspeler nodig heeft om te kunnen ijshockeyen
    En bovendien tussen een sobere huishouding of een, in elk geval naar de maatstaven van tieners, welgestelde waar ze de nieuwste spijkerbroek, een complete ijshockeyuitrusting of de luidruchtigste gettoblaster konden krijgen zonder dat er gezeurd werd over geld.
    Daarbij steekt hij zelf ook de handen uit de mouwen, hij helpt bijvoorbeeld bij het rooien van aardappelen. En hij vertoont zich graag als amateurijshockeyer. Getooid in ijshockeyuitrusting deed Loekasjenko eerder dit jaar de wenkbrauwen fronsen.