ijsploeg

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep mensen die ijs en sneeuw verwijdert van wegen om deze toegankelijk te houden
    Schiphol heeft 250 man ingezet om de start– en landingsbanen ijs– en sneeuwvrij te houden. De ijsploeg, waartoe ook kantoorpersoneel behoort, beschikt over 35 voertuigen zoals sneeuwploegen en vegers. Reformatorisch Dagblad ANP 03-03-2005 [https://www.rd.nl/boeken/schiphol-zet-kantoorpersoneel-in-tegen-sneeuw-en-ijs-1.31493 Schiphol zet kantoorpersoneel in tegen sneeuw en ijs]
  2. een soort ijsbreker

Vertalingen

Engelsice-breaking rame