Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

ijsstorm

mannelijk (de)/ˈɛistɔrᵊm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. harde wind in een tijd dat het al gevroren heeft
    Ranke booten, omringd door een gordel van bewegelijke en drijvende rotsen, worstelen alleen tegen dien ijsstorm.
  2. koude periode met ijzel of ijsregen
    In Slovenië zijn na een dagenlange ijsstorm ongeveer 90.000 mensen van de stroomvoorziening afgesneden. In het land zijn op diverse plaatsen hoogspanningslijnen afgebroken en generatoren stukgegaan.

Etymologie

*[2] leenvertaling van "ice storm"