ijver
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de bereidheid om hard te werken
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘toewijding’ voor het eerst aangetroffen in 1542
Vertalingen
Engelsfervor, fervour, industry
Spaansardor, asiduidad, celo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek