illusie
Wat is de betekenis van illusie?
illusie betekent: zinsbegoocheling
Betekenis
- zinsbegoocheling
- droombeeld, hoopvolle verwachting
- kunstmatige voorstelling
Voorbeelden van "illusie" in een zin
- Hij maakte zich helemaal geen illusies meer over wat er met het Rijk Palettania zou gebeuren. {{Aut|Herzen, Frank
- We waren daarvoor gekomen, en voor de romantische illusie om onze nieuwe woonplaats Venetië te zien door de ogen van de illustere toeristen die ons waren voorgegaan, zoals Stendhal, Lord Byron, Alexandre Dumas, Richard Wagner, Marcel Proust, Gustav Mahler, Thomas Mann, Ernest Hemingway, Rainer Maria Rilke, en die met zekerheid op deze zelfde stoelen hadden gezeten om hetzelfde uitzicht beroemd te maken.
Betekenis en uitleg van illusie
Een illusie is een voorstelling of waarneming die niet overeenkomt met de werkelijkheid. Het kan gaan om een gedachte of gevoel die ons doet geloven dat iets waar is, terwijl dat niet het geval is.
Het woord 'illusie' wordt vaak gebruikt in situaties waarin mensen zich vergissen in hun verwachtingen of waarheden. Bijvoorbeeld, iets kan er aantrekkelijk uitzien, maar de werkelijkheid blijkt anders te zijn. Illusies spelen ook een rol in de psychologie, waar ze onze perceptie en overtuigingen beïnvloeden.
Voorbeelden
- Na maanden van planning bleek de droomvakantie een illusie te zijn door de onverwachte reisbeperkingen.
- De magische show gaf het publiek een gevoel van verwondering, maar achteraf beseften ze dat het allemaal een illusie was.
- Het idee dat rijkdom geluk garandeert, is vaak een illusie die veel mensen maar al te graag geloven.
Woordoorsprong
Het woord 'illusie' komt van het Latijnse 'illusio', wat 'misleiding' of 'bedrog' betekent, afgeleid van 'illudere', wat 'spotten met' of 'bedriegen' betekent.
Veelgestelde vragen over illusie
Wat is de betekenis van illusie?
illusie betekent: zinsbegoocheling
Hoeveel betekenissen heeft illusie?
illusie heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Welk woordgeslacht heeft illusie?
illusie is een vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je illusie in een zin?
Voorbeeld: “Hij maakte zich helemaal geen illusies meer over wat er met het Rijk Palettania zou gebeuren. {{Aut|Herzen, Frank”
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zinsbegoocheling, droombeeld’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1837