illusie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van illusie?

illusie betekent: zinsbegoocheling

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zinsbegoocheling
  2. droombeeld, hoopvolle verwachting
  3. kunstmatige voorstelling

Voorbeelden van "illusie" in een zin

  • Hij maakte zich helemaal geen illusies meer over wat er met het Rijk Palettania zou gebeuren. {{Aut|Herzen, Frank
  • We waren daarvoor gekomen, en voor de romantische illusie om onze nieuwe woonplaats Venetië te zien door de ogen van de illustere toeristen die ons waren voorgegaan, zoals Stendhal, Lord Byron, Alexandre Dumas, Richard Wagner, Marcel Proust, Gustav Mahler, Thomas Mann, Ernest Hemingway, Rainer Maria Rilke, en die met zekerheid op deze zelfde stoelen hadden gezeten om hetzelfde uitzicht beroemd te maken.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zinsbegoocheling, droombeeld’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1837

Vertalingen

Spaansilusión