immunoloog

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deskundige op het gebied van het afweersysteem van levende organismen
    Bij proeven op apen is gebleken dat het vaccin voor 90 procent werkt. Nu moet het op mensen worden getest, verklaarde de immunoloog. Tubantia 28-03-11 [https://www.tubantia.nl/gezond/colombiaan-maakt-vaccin-tegen-500-ziektes~a54b2050/ Colombiaan maakt vaccin tegen 500 ziektes]
    En of hij blij is met de Spinoza-premie, laat tumor-immunoloog en UT-hoogleraar Carl Figdor weten. ‘Dit is de ultieme erkenning voor het werk dat ik doe. Ik ben er al dertig jaar lang, bijna 24 uur per dag mee bezig.’ Tubantia 13-06-06 [https://www.tubantia.nl/overig/spinoza-winnaar-carl-figdor-is-blij-met-ultieme-erkenning~a9a7d99f/ Spinoza-winnaar Carl Figdor is blij met ‘ultieme erkenning’]
  2. arts gespecialiseerd in ziekten van het afweersysteem
    Jasper moet om de drie maanden naar de oncoloog. Verder zit hij eens per maand bij de kinderarts. Jos gaat van kinderarts naar kno-arts naar immunoloog. Tubantia 09-11-07 [https://www.tubantia.nl/overig/als-moeder-heb-je-gewoon-een-gezin~a4fd71f3/ 'Als moeder heb je gewoon een gezin']

Etymologie

* van immunologie

Vertalingen

Engelsimmunologist