imperium

onzijdig (het)/ɪmˈperijʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. keizerrijk
  2. wereldrijk
    Georgiërs, Wit-Russen en Tsjetsjenen vechten in de oorlog tegen Rusland mee aan Oekraïense zijde. Gedreven door persoonlijke ervaringen willen ze afrekenen met het Russische imperium. „Met Rusland is het nooit vredig geweest.” [https://www.nrc.nl/nieuws/2026/02/18/georgiers-wit-russen-en-tsjetsjenen-strijden-aan-het-oekraiense-front-voor-een-vrij-thuisland-als-oekraine-wint-winnen-wij-ook-a4918789 www.nrc.nl (18 feb 2026)]
  3. opperheerschappij
  4. figuurlijk (figuurlijk) groot geheel dat onder iemands leiding staat

Etymologie

*van Latijn "imperium"

Vertalingen

Engelsempire
Spaansimperio