implantaat

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een stof, voorwerp, toestel etc. dat in een lichaam wordt aangebracht
    Een pacemaker is een implantaat.

Etymologie

* van implanteren

Vertalingen

Engelsimplant
Fransimplant
DuitsImplantat
Spaansimplante