implantaat
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een stof, voorwerp, toestel etc. dat in een lichaam wordt aangebrachtEen pacemaker is een implantaat.
Etymologie
* van implanteren
Vertalingen
Engelsimplant
Fransimplant
DuitsImplantat
Spaansimplante
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek