imponeren
/ˌɪmpoˈnerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) ontzag inboezemenZijn prestatie imponeerde de toeschouwers.Sinds eind september is de jaarlijkse bronst (paringstijd) weer aangebroken bij de edelherten. Tijdens de volgende weken denken de mannetjes alleen nog maar aan hun toekomstige nageslacht. Ze doen nu dan ook heel erg hun best om de vrouwtjes (hindes) te imponeren met dominant gedrag en luid burlen (brullen of diep loeien). Soms ontstaan er tussen twee concurrenten ook helse gevechten die zelfs al eens een dodelijke afloop kennen voor een van de bekoorders. De Standaard 10/10/2012 door Christel Thys [https://www.standaard.be/cnt/blcth_20121010_001 Verenigd Koninkrijk - Bronstig op Exmoor]
Etymologie
*afgeleid van het Franse imposer () [https://fr.wiktionary.org/wiki/imposer Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsimpress
Fransimpressionner, imposer
Duitsimponieren
Spaansimponer, impresionar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek