improvisatie

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ter plekke verzonnen versie van een muziekstuk, voorlezing, enz. die niet van te voren bedacht is
    Een improvisatie spelen.
    Moeiteloos liet ik me gaan in muzikale improvisaties. Wat een klank, wat een heerlijkheid gaf deze Bechstein ons. {{Aut|Sandes, David
    De hele schouderpartij was een soort modernistische improvisatie, heel ver verwijderd van de wiskundige regelmaat van de lokale kunst.

Etymologie

* van improviseren

Vertalingen

Engelsimprovisation
Fransimprovisation
DuitsImprovisation
Spaansimprovisación
Italiaansimprovvisazione
Russischимпровизация