inauguratie

vrouwelijk (de)/ˌɪnʌʊɣyˈratsi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de feestelijke of plechtige inwijding in een ambt
    De inauguratie van Barack Obama verliep zonder problemen.
    Honderdduizenden mensen wereldwijd demonstreren zaterdag tegen ongelijkheid en intolerantie naar aanleiding van de inauguratie van de Amerikaanse president Donald Trump [http://www.nu.nl/algemeen/4407180/wereldwijde-demonstraties-intolerantie-benoeming-trump.html www.nu.nl (21 jan 2017)]
    De controversiële betrokkenheid van Musk bij de regering van Trump, de openlijke steun van de techmiljardair aan de extreemrechtse partij AfD in Duitsland en een vermeende Hitlergroet van Musk na de inauguratie van Trump, hebben veel Tesla-eigenaren in verlegenheid gebracht[https://www.businessinsider.nl/man-ziet-verkoop-van-anti-elon-musk-stickers-omhoog-schieten-tot-meer-dan-400-per-dag-ongelukkige-tesla-eigenaren-zijn-er-blij-mee/ www.businessinsider.nl (10 mrt 2025)]

Etymologie

* van inaugureren

Vertalingen

Engelsinauguration
Fransinvestiture
DuitsInauguration
Spaansinvestidura, inauguración
Italiaansinaugurazione
Portugeesinauguração
Russischинаугурация, вступление в должность
Japans就任, 就職