inboedel
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de gebruiksvoorwerpen die horen tot de inrichting van een huis, zoals het meubilair, klein- en groothuishoudelijke apparatuur en de huishoudwaar (keukengerei en tafelwaar)De inboedel was goed verzekerd, dus na de brand konden we nieuwe meubels kopen.
Vertalingen
Engelsfurniture
Fransmobilier
DuitsHausrat
Spaansenseres
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek