inbraak

mannelijk (de)/ˈɪmbrak/

Wat is de betekenis van inbraak?

inbraak betekent: het zich, met geweld, onbevoegd toegang verschaffen tot een gebouw

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zich, met geweld, onbevoegd toegang verschaffen tot een gebouw

Voorbeelden van "inbraak" in een zin

  • Het aantal inbraken in deze wijk is erg hoog.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Vertalingen

Engelsburglary
Franscambriolage, braquage
DuitsEinbruch
Spaansrobo
Italiaansscasso
Russischограбление
Zweedsinbrott