incasseer
/ˌɪŋkɑˈsɪːr/
Wat is de betekenis van incasseer?
incasseer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van incasseren
Betekenis
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van incasseren
- gebiedende wijs van incasseren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van incasseren
Voorbeelden van "incasseer" in een zin
- Ik incasseer.
- Incasseer!
- Incasseer je?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek