incasseer

/ˌɪŋkɑˈsɪːr/

Wat is de betekenis van incasseer?

incasseer betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van incasseren

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van incasseren
  2. gebiedende wijs van incasseren
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van incasseren

Voorbeelden van "incasseer" in een zin

  • Ik incasseer.
  • Incasseer!
  • Incasseer je?