inch

/ɪnʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eenheid (eenheid) Engelse duim, lengtemaat van 2,54 cm
    In de industrie en de bouw wordt de inch nog wel gebruikt (bijv. een 3-duims pijp of een 1-duims dikke plaat hout). Andere zaken waarvan de maat nog vaak in inch aangeduid wordt, zijn beeldschermen van computers

Etymologie

*van "inch", in de betekenis van ‘Engelse duim’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832

Vertalingen

Spaanspulgada