incident
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een opschudding verwekkend voorvalEr was gisteren een ernstig incident aan de grens met Noord-Korea.
- vervelende gebeurtenis, ongevalHet cabinepersoneel zou normaal gesproken bij de nooduitgang zitten. Het is niet duidelijk waarom zij het incident niet konden voorkomen. In een verklaring, zei PIA: ,,Een passagier opende ten onrechte de nooddeur waardoor de noodglijbaan geactiveerd werd.” Tubantia Florian van Impe 10-06-19 [https://www.tubantia.nl/buitenland/vrouw-opent-per-ongeluk-nooduitgang-in-plaats-van-toilet-vlucht-7-uur-vertraagd~add9ba3a/ Vrouw opent per ongeluk nooduitgang in plaats van toilet, vlucht 7 uur vertraagd]De tocht bleef, aldus de organisatie, verschoond van grote incidenten, al moest twee keer na een valpartij een ambulance worden gebeld. Tubantia Wim Goorhuis 16-05-19 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/hel-van-twente-met-de-wind-vol-op-de-kop~aa8bb82c/ Hel van Twente met 'de wind vol op de kop']Tunnels worden vanuit de verkeerscentrales 24 uur per dag in de gaten gehouden met camera's en detectiesystemen. "Zo kunnen wegverkeersleiders bij incidenten de tunnel afsluiten, hulpdiensten alarmeren en installaties in de tunnels bedienen", schrijft Rijkswaterstaat.
- (juridisch) twistpunt naast het hoofdgeschil in een geding [1]
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, verder te herleiden tot het Latijnse incidens. In de betekenis van ‘(hinderlijk) voorval’ voor het eerst aangetroffen in 1683
Vertalingen
DuitsZwischenfall
Spaansincidente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek