Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

indische blauwrug

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een middelgrote opvallend gekleurde zangvogel die voorkomt in tropisch bos. De vogel is 21 tot 25 cm lang Het mannetje heeft een iriserend glanzende blauwe bovenkant, een zwarte onderkant en vleugels. De vrouwtjes en mannetjes in het eerste jaar zijn geheel dof blauw-groen

Etymologie

*(coll)