individu

onzijdig (het)/ˌɪndiviˈdy/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een enkele persoon in het bijzonder
    Deze wetgeving is eerder op het individu gericht dan op de massa.
    Je hebt niet een massa mensen lief, je houdt wel van je buurman die een enkel individu is.
    De oneliner transformeert tot een virus dat de geest aantast, waarna het besmette individu ophoudt om zelfstandig te denken en opgaat in de groep.
  2. met negatieve bijbetekenis persoon
    Er liepen een paar twijfelachtige individuen rond.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘enkeling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824

Vertalingen

Engelsindividual, individual