woorden
boek
Start
›
I
›
indoorseizoen
indoorseizoen
onzijdig (het)
/ˈɪndɔːrsɛiˌzun/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
sport
(sport) deel van het jaar dat er voornamelijk overdekt atletiekwedstrijden worden gehouden; de periode van 1 oktober tot 1 april
Antoniemen
outdoorseizoen
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← indoorrecord
indoorskibaan →