indraaien

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. met een draaibeweging naar binnen gaan
    DOLF SEEGERS: Er werd één op één gedekt. Kuif stond klaar om de corner te nemen. Met zijn linkervoet, vanaf rechts. Indraaiend. Dat was de afspraak. En dan maar hopen dat er iemand met zijn hoofd tegenaan liep. Hij nam een aanloop en ik dacht: die komt niet uit met zijn passen.{{Aut | Dijkshoorn, Nico
  2. het vastdraaien van schroeven
  3. het monteren van een lamp in een fitting
    Vermeulen bezit vier panden aan de Lijnmarkt en kan er van rentenieren. Dat doet hij niet op afstand. „Hij komt hier nog zelf nieuwe lampjes indraaien”, zegt Engeline Stalenhoef van de tassenwinkel Bag-It op nummer 44. „Hij is echt ‘mister Lijnmarkt’.” Carola Houtekamer Sander Voormolen 9 februari 2010

Uitdrukkingen

  • de bak indraaiengevangen genomen worden

Vertalingen

Engelsturn in