infaam

Wat is de betekenis van infaam?

infaam betekent: eerloos, snood; schandelijk

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. eerloos, snood; schandelijk
bijwoord
  1. bijwoord van graad

Voorbeelden van "infaam" in een zin

  • Die plaatjes zijn infaam slecht getekend.

Etymologie

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schandelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1542