infaam
Wat is de betekenis van infaam?
infaam betekent: eerloos, snood; schandelijk
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- eerloos, snood; schandelijk
bijwoord
- bijwoord van graad
Voorbeelden van "infaam" in een zin
- Die plaatjes zijn infaam slecht getekend.
Etymologie
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schandelijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1542
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek