Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

infect

onzijdig (het)/ΙͺnˈfΙ›kt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. corrupt, besmet, bedorven, verdorven, verpest
  2. figuurlijk (figuurlijk) afkeerwekkend, afschuwelijk, walgelijk

Etymologie

* van het Latijnse infectus, volt. deelwoord van inficΔ•re

Vertalingen

Spaansinfecto