inflatie

vrouwelijk (de)/ɪɱˈfla(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) stijging van het prijspeil, waardoor het geld in waarde daalt
    Wanneer er te veel geld in omloop gebracht wordt ontstaat er hoge inflatie.
    Door de energiecrisis en de inflatie staat vooral de koopkracht van mensen met een laag of middeninkomen onder druk. Voor de laagste inkomens presenteerde het kabinet dit voorjaar al een pakket van 6 miljard euro. Minima krijgen een energietoeslag van 800 euro, het minimumloon en de AOW worden verhoogd en de energiebelasting wordt verlaagd.
    De theorie is: hoe hoger de rente, hoe lager de inflatie. Bij een hoge rente verdienen mensen meer aan hun spaargeld, waardoor ze het langer laten staan. Daarnaast wordt lenen fors duurder. Die twee factoren zorgen ervoor dat mensen minder uitgeven en de prijzen dus omlaaggaan.
  2. figuurlijk (figuurlijk) vermindering in waarde
    Inflatie van de gele kaart.http://www.nieuwslog.nl/2010/11/25/inflatie-van-de-gele-kaart/
    De betekenis van dat woord is aan inflatie onderhevig.
  3. medisch (medisch) opzwellen van een holte of weefsel door gas
    Tijdens een astma-aanval is ook een te hoge inflatie van de longen te zien op een röntgenfoto.

Etymologie

*van "inflation" (), in de betekenis van ‘opzetting van de buik’ aangetroffen vanaf 1624

Uitdrukkingen

  • kosmische inflatie
  • inflatie van het ego

Vertalingen

Engelsinflation
Fransinflation
DuitsInflation
Spaansinflación