informateur
mannelijk (de)/ˌɪɱfɔrmaˈtør/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) iemand die informeert (informatie vergaart en verstrekt)
- (politiek) iemand die na de Tweede Kamerverkiezingen onderzoekt of een kabinetsformateur met een bepaalde opdracht kans van slagen zou hebben
Etymologie
* van informeren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek