infrarood
onzijdig (het)/ˌɪɱfraˈrot/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) het golflengtegebied tussen 780 nm en ca. 1 mm van het elektromagnetische spectrumOvergangen die te maken hebben met veranderingen in de vibraties van moleculen liggen voornamelijk in het infrarood.
- (natuurkunde) betrekking hebbend op het golflengtegebied tussen 780 nm en ca. 1 mm van het elektromagnetische spectrumInfrarode straling wordt minder verstrooid door nevel dan straling in het zichtbare gebied.
Etymologie
* In de betekenis van ‘onder het rood liggend’ voor het eerst aangetroffen in 1914
Vertalingen
Engelsinfrared
Fransinfrarouge
Duitsinfrarot
Spaansinfrarrojo
Poolspodczerwony
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek